VIN
Ook bekend als: chassisnummer, Vehicle Identification Number
Het VIN is het chassisnummer van een voertuig, zeventien posities. In de Nederlandse voertuigenimport is het de sleutel van het dossier: stukken, statussen en aangiften lopen per VIN, niet per container alleen.
Wat is een VIN en waarom telt het bij invoer?
Het VIN, Vehicle Identification Number, is het unieke chassisnummer van een voertuig. Het heeft zeventien posities: een werelddeel- en fabriekscode, een beschrijving van het model, en een serienummer. Geen twee rijdende auto's delen hetzelfde VIN. Bij invoer is dat nummer het enige stabiele kenmerk. Kentekens bestaan nog niet, containers wisselen, B/L's dekken tientallen auto's. Het VIN staat op de koopfactuur, op de auto zelf, en hoort op de aangifte. Zonder VIN is de zending niet te identificeren. Een IMA voor voertuigen zonder chassisnummer is een aangifte zonder object. De Douane kan de auto niet herkennen, de waarde niet koppelen, en de vrijgave niet aan een fysiek stuk hangen. Zet het VIN in de stam van het dossier als sleutel, niet als opmerking. Spaties en koppeltekens uit de factuur horen er bij binnenkomst af. Eén normalisatie, daarna dezelfde zeventien tekens op elk stuk en op elke aangifte.
Hoe hangt het VIN aan de koopfactuur en de douanewaarde?
De koopfactuur, de bill of sale, draagt het VIN plus de prijs. Die prijs is de transactiewaarde van díe auto, niet van de container. Een container met twaalf auto's heeft twaalf waarden, twaalf VIN's, twaalf stukken. De IMA volgt die korrel. Je kunt groeperen, maar de onderbouwing blijft per chassisnummer. Een gemiddelde prijs over de container houdt bij een controle geen stand als de bill of sale per auto een ander bedrag toont. Een mismatch tussen VIN op de factuur en VIN op de auto is een documentfout. De waarde kan kloppen en de zending blijft toch staan, omdat het stuk niet bij het object hoort. Een containerprijs delen door het aantal auto's is geen waardering. De Douane leest de bill of sale. Als die per VIN verschilt, verschilt de IMA per VIN, ook al komen ze op één T1 het land in.
Hoe ziet een VIN-dossier eruit in de Nederlandse keten?
In de voertuigenimport is het dossier de container, en daaronder elk voertuig een regel op VIN. Per VIN horen koopfactuur, machtiging, identiteitsbewijs van de koper en betaalbewijs. Ontbreekt één stuk, dan is díe auto niet compleet, niet de hele container. De T1 kan op de container lopen. De IMA wacht tot de auto's die naar het vrije verkeer gaan, compleet zijn. Incomplete auto's kunnen het entrepot in, mits op die locatie een entrepotvergunning ligt. Zonder die vergunning kan dat niet. Statussen lopen daardoor per VIN: niet compleet, ter controle, goedgekeurd. Een container is pas klaar als elke auto een status heeft. Het VIN is de eenheid van werk, de container is de eenheid van vervoer. Een auto op niet compleet mag de complete auto's niet gijzelen als de locatie splitsing toelaat. Een locatie met entrepotvergunning kan de incomplete VIN's opnemen. Een locatie zonder kan dat niet. Het VIN maakt die splitsing mogelijk, de container niet.
Wat als een object geen VIN heeft?
Motoren, machines en beschadigde objecten hebben soms geen chassisnummer in de zin van een voertuig-VIN. Dan valt de matchsleutel weg. De Douane wil alsnog een unieke identificatie, de operatie wil een regel in het dossier, en een scan of een schadebestand heeft niets om op te sluiten. In die gevallen is een andere sleutel nodig, afgesproken in de stamgegevens, niet verzonnen op de kade. Een kenteken is bij invoer van een nieuwe of schadeauto meestal leeg: het voertuig is nergens geregistreerd. Wie VIN-loos volume draait, kan de voertuigenstroom niet één-op-één hergebruiken. De IMA kan op omschrijving en serienummer, maar de controleketen die op VIN is gebouwd, stopt. Spreek de sleutel af voordat het object de kade op rijdt. Op de kade verzinnen is hoe dezelfde motor twee keer in het dossier komt, of helemaal niet. VIN-loos is een inrichtingsvraag, geen uitzondering van de dag.
Hoe controleer je een VIN voordat de aangifte de deur uit gaat?
Zeventien posities, geen I, O of Q in het klassieke stelsel, en het nummer op de factuur gelijk aan het nummer op de paklijst of de seawaybill. Een OCR-fout van één teken is genoeg om een andere auto te volgen. Leg het VIN vast als sleutel, niet als vrij tekstveld. Spaties, koppeltekens en hoofdletters die per bron wisselen, maken van één auto drie regels. Normaliseer bij binnenkomst, niet bij de IMA. Bij een fysieke controle is het VIN het eerste dat de inspecteur zoekt. Staat het niet op de aangifte, of staat er een ander nummer, dan is de zending niet de zending van het stuk. Vrijgave volgt dan niet op de waarde, maar op de identiteit. Een VIN met een O in plaats van een 0 is een andere auto. Controleer het nummer tegen de factuur en tegen de seawaybill, teken voor teken, voordat de IMA de deur uit gaat. OCR is een voorstel, geen vaststelling.
Wat gaat er mis met VIN's in de aangifteketen?
Het klassieke gat is een container-T1 met auto's waarvan een deel geen koopfactuur heeft. De T1 loopt, de IMA kan niet voor die VIN's, en de termijn richting entrepot of vrijgave tikt door per auto die stilstaat. Het tweede gat is hetzelfde VIN in twee dossiers, door een typefout die is gecorrigeerd zonder de oude regel te sluiten. Twee IMA's op één chassisnummer, of geen IMA omdat het systeem denkt dat hij al is ingeklaard. Het derde is vertrouwen op het kenteken. Bij deze invoer is er geen kenteken. Het VIN is de enige sleutel. Wie een plate als terugval gebruikt, heeft geen terugval. Sluit de oude regel als je een typefout corrigeert. Twee open VIN's voor één auto is hoe een tweede IMA ontstaat, of hoe geen IMA ontstaat. Eén chassisnummer, één regel, één status.