Oorsprong
Ook bekend als: land van oorsprong, origin
De oorsprong is het land waar een product economisch gezien vandaan komt, wat iets anders is dan het land van verzending. Ze bepaalt het tarief, de handelsmaatregelen en of er recht bestaat op een preferentieel tarief.
Wat is het verschil tussen preferentiële en niet-preferentiële oorsprong?
Niet-preferentiële oorsprong bepaalt uit welk land een product komt voor statistiek, antidumping, quota en handelsmaatregelen. Elk product heeft er altijd een. Een Chinese jas die via Rotterdam naar Duitsland gaat, heeft Chinese oorsprong, ook al is de herkomst Nederlands. Preferentiële oorsprong bestaat alleen binnen een handelsakkoord en geeft recht op een verlaagd of nultarief. De regels verschillen per akkoord, dus hetzelfde product kan onder het ene akkoord wel en onder het andere geen preferentiële oorsprong hebben. Zonder geldig bewijs geldt het gewone tarief, ook als het product er materieel recht op zou hebben gehad. Herkomst is het land van verzending. Oorsprong is waar het product is gemaakt of waar de laatste ingrijpende bewerking plaatsvond. Op de invoeraangifte horen beide, in verschillende velden. De TARIC-maatregelen kijken naar oorsprong, niet naar herkomst.
Hoe bepaal je de oorsprong?
Is een product volledig in een land verkregen, dan is de oorsprong dat land. Zijn er materialen uit meerdere landen gebruikt, dan is de oorsprong het land waar de laatste ingrijpende bewerking plaatsvond. Wat als ingrijpend geldt, staat per goederencode in de lijstregels: een tariefpostwisseling, een maximumpercentage niet-oorsprongsmateriaal of een specifiek bewerkingsproces. Eenvoudig assembleren, verpakken of een logo zetten is in de regel geen ingrijpende bewerking. Een product dat in China is gemaakt, in Nederland is omgepakt en naar het VK gaat, houdt Chinese oorsprong. Alleen de fabrikant kan de oorsprong echt bewijzen; een factuurverklaring van een handelaar is een verklaring, geen bewijs. De niet-preferentiële regels en de preferentiële lijstregels zijn niet hetzelfde. Een product kan niet-preferentieel Chinees zijn en onder een akkoord toch geen preferentie krijgen, of omgekeerd. Bepaal ze apart, per artikel, per akkoord.
Hoe bewijs je preferentiële oorsprong?
Met een EUR.1-certificaat dat de douane van het land van uitvoer afgeeft, met een oorsprongsverklaring op de factuur, of onder nieuwere akkoorden met een attest van oorsprong van een geregistreerde exporteur in het REX-systeem. Welk bewijs geldt, staat in het akkoord. Het verkeerde papier is geen bewijs. Het bewijs moet er zijn op het moment van aangifte of binnen de termijn worden nagezonden. Zonder geldig bewijs geldt het gewone tarief, ook als het product er materieel recht op zou hebben. Een claim zonder papier is een te laag tarief, en bij controle een naheffing bij de importeur, ook als de leverancier de fout maakte. Een REX-nummer is de registratie van een exporteur waarmee hij zelf een attest op de factuur mag zetten, zonder per zending een certificaat aan te vragen. Het nummer hoort op het attest. Een verklaring zonder REX waar het akkoord REX eist, is ongeldig.
Wat zijn de oorsprongsregels per akkoord?
Elk handelsakkoord heeft zijn eigen lijstregels. Dezelfde jas kan onder het akkoord met Zuid-Korea wel en onder het akkoord met Canada geen preferentiële oorsprong hebben, omdat de eisen aan het gebruikte weefsel verschillen. Kijk in het akkoord, niet in een algemene regel die je van een andere stroom kent. De drie gebruikelijke soorten regels zijn een tariefpostwisseling, waarbij het eindproduct in een andere post valt dan de gebruikte materialen, een waardecriterium, waarbij een maximumpercentage niet-oorsprongsmateriaal geldt, en een bewerkingscriterium, dat een specifiek proces voorschrijft. Vaak geldt een combinatie van twee. Daarnaast kent vrijwel elk akkoord cumulatie: materialen uit het partnerland tellen mee als oorsprongsmateriaal. Bilaterale, diagonale en volledige cumulatie verschillen daarin, en welke vorm geldt staat in het akkoord zelf. Cumulatie zonder de juiste verklaring van de leverancier is een aanname.
Hoe houd je oorsprong beheersbaar?
Leg per artikel vast wat de niet-preferentiële oorsprong is en, per akkoord, of er preferentiële oorsprong is en op welke regel dat berust. Zonder die vastlegging is elke claim een aanname. Verzamel leveranciersverklaringen bij inkoop en niet pas bij een controle. Een langlopende leveranciersverklaring dekt een periode van maximaal twee jaar. Die verklaring is de basis waarop je zelf een oorsprongsverklaring mag afgeven. Zonder haar is jouw attest op de factuur een verklaring over iets dat je niet weet. Controleer bij elke wijziging in de toeleveringsketen of de oorsprong nog klopt. Een leverancier die overstapt op een andere grondstof kan de preferentiële oorsprong laten vervallen zonder dat er iets aan het eindproduct verandert. Dat merk je pas bij een naheffing jaren later, bij de importeur die het tarief heeft geclaimd. Bewaar de verklaringen bij het artikel, met een einddatum, en stop de claim als de datum is verstreken. Een verlopen verklaring is geen bewijs.
Wat is het verschil tussen oorsprong en herkomst?
Oorsprong is waar het product economisch vandaan komt en bepaalt het tarief. Herkomst is het land van verzending. Een Chinees product dat vanuit een magazijn in Zwitserland komt, heeft Chinese oorsprong en Zwitserse herkomst. Op de IMA staan beide, en TARIC kijkt naar de oorsprong voor antidumping, preferentie en verboden. Verwar ze niet in de stamgegevens. Een artikel met herkomst NL omdat het uit een Nederlands entrepot komt, krijgt dan de verkeerde maatregelen. De Douane ziet de oorsprong China op de factuur, de aangifte zegt NL, en de IMA is onjuist. Dat is een van de meest voorkomende stamgegevensfouten bij herverdeling vanuit een EU-magazijn. Uniestatus is weer iets anders. Uniegoederen kunnen Chinese oorsprong hebben. T2 bewaart de Uniestatus, niet de oorsprong. Voor een preferentieel tarief bij een volgende uitvoer heb je het oorsprongsbewijs nodig, niet het bewijs dat de rechten al zijn betaald.
Wie is aansprakelijk bij een onjuiste oorsprong?
De importeur die het preferentiële tarief heeft geclaimd. Blijkt bij een controle achteraf dat het bewijs ongeldig is, dan wordt bij hem nageheven, ook als de leverancier de fout maakte. De Douane van het invoerland keert zich tot de aangever en de importeur, niet tot de fabriek in het derde land. Een EUR.1 dat onterecht is afgegeven, een factuurverklaring zonder dekking in de toelevering, een REX-attest van iemand die niet is geregistreerd: het zijn allemaal ongeldige bewijzen. De naheffing is het verschil tussen het preferentiële tarief en het derdelandentarief, over de hele periode waarin is geclaimd, tot de verjaring. Verhaal op de leverancier is een civiele zaak, geen douanezaak. Zet in het inkoopcontract dat de leverancier de oorsprong garandeert en de naheffing vergoedt, en controleer de verklaringen toch zelf. Een garantie in een contract voorkomt de naheffing niet, het geeft alleen een adres om het geld terug te halen.