Uitvoeraangifte
Ook bekend als: aangifte ten uitvoer, exportaangifte, EX A
Een uitvoeraangifte is de aangifte waarmee Uniegoederen het douanegebied van de EU verlaten. Ze levert het bewijs van uitvoer waarmee de exporteur het btw-nultarief kan onderbouwen.
Wanneer is een uitvoeraangifte verplicht?
Bij elke zending Uniegoederen die de EU verlaat met een waarde boven duizend euro of een gewicht boven duizend kilo. Onder die grenzen kan een vereenvoudigde vorm volstaan, maar in de praktijk vraagt de vervoerder toch om een aangifte. Zonder MRN van de uitvoer gaat de lading bij veel terminals en rederijen niet aan boord. De aangifte wordt gedaan bij het kantoor van uitvoer, meestal in het land waar de exporteur is gevestigd of waar de goederen worden geladen. Het kantoor van uitgang is een ander kantoor: de haven of luchthaven waar de goederen de EU daadwerkelijk verlaten. Die twee kunnen in verschillende lidstaten liggen. Wederuitvoer is iets anders. Dat betreft niet-Uniegoederen die nooit in het vrije verkeer zijn gebracht en de EU weer verlaten, bijvoorbeeld vanuit een entrepot. Daarvoor is een wederuitvoeraangifte nodig, niet deze uitvoeraangifte. Verwissel ze niet: de btw-gevolgen en de voorgaande regeling zijn anders.
Wat is het bevestigingsbericht van uitgang?
Na het daadwerkelijke vertrek bevestigt het kantoor van uitgang dat de goederen de EU hebben verlaten. Het kantoor van uitvoer stuurt dan een bevestiging van uitgang naar de aangever. Dat bericht is het bewijs waarmee de exporteur het btw-nultarief onderbouwt. Blijft het uit, dan blijft de aangifte openstaan en ontbreekt het bewijs bij een btw-controle. Blijft die bevestiging uit, dan gaat de aangifte na negentig dagen in onderzoek. De exporteur kan dan alternatief bewijs aanleveren, zoals een aankomstbevestiging van de koper of een vervoersdocument met een aftekening. Zonder bewijs blijft de aangifte openstaan en ontbreekt de onderbouwing voor het nultarief. Het bericht komt terecht bij de aangever. Bij EXW is dat formeel de koper, die het zelden doorgeeft. Bij FCA, CPT, CIP, DAP, DPU en DDP is de verkoper de aangever en krijgt hij het bericht zelf. Dat is een van de redenen om bij export FCA te gebruiken in plaats van EXW.
Wie is de exporteur?
De exporteur moet in de EU gevestigd zijn en de bevoegdheid hebben om te beslissen dat de goederen de EU verlaten. Sinds 2018 is dat strikter geformuleerd dan daarvoor. Een koper buiten de EU kan die rol niet vervullen, ook niet als hij de goederen al heeft betaald en EXW heeft afgesproken. Bij een verkoop op EXW aan een partij buiten de EU levert dat een probleem op: die partij kan geen exporteur zijn. Dat is de belangrijkste praktische reden om FCA te gebruiken in plaats van EXW. Onder FCA doet de verkoper de uitvoeraangifte, is hij de exporteur, en krijgt hij het bewijs van uitgang. De exporteur op de aangifte moet overeenkomen met de partij die het nultarief claimt. Een logistiek dienstverlener die als aangever optreedt in directe vertegenwoordiging, doet dat namens de exporteur. In indirecte vertegenwoordiging is hij zelf aangever, wat bij uitvoer minder gebruikelijk is en een machtiging vraagt die dat dekt.
Hoe verloopt het uitvoerproces stap voor stap?
De aangever dient de aangifte in bij het kantoor van uitvoer. Na aanvaarding volgt een MRN en, als er geen controle is, de toestemming tot wegvoering met een uitvoergeleidedocument. De goederen mogen dan naar het kantoor van uitgang. Zonder die toestemming mag de lading de laadplaats niet verlaten. De goederen reizen naar het kantoor van uitgang, meestal een haven of luchthaven aan de buitengrens. Daar wordt het vertrek bevestigd, waarna het kantoor van uitvoer de bevestiging van uitgang naar de aangever stuurt. Tussen die twee kantoren kan dagen zitten, en in die periode is de aangifte open maar de lading onderweg. Blijft die bevestiging uit, dan gaat de aangifte na negentig dagen in onderzoek. Bewaak openstaande uitvoeraangiften dus op dezelfde manier als openstaande T1's: een lijst met MRN, verval van de negentigdagentermijn, en de vraag of het kantoor van uitgang heeft teruggemeld. Een piek in januari is vaak de oogst van zendingen van oktober die nooit zijn bevestigd.
Wat is het verband met de btw?
Uitvoer naar een land buiten de EU is belast met het btw-nultarief. Dat tarief mag alleen worden toegepast als de exporteur kan aantonen dat de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten. De bevestiging van uitgang is het sterkste bewijs. Bij een btw-controle is dat het document waar de inspecteur naar vraagt, en een aangifte die nooit is gezuiverd telt niet mee. Dat maakt het bewaken van openstaande uitvoeraangiften een fiscale aangelegenheid en niet alleen een douanetechnische. Een bedrijf met honderden openstaande aangiften loopt een naheffingsrisico over de volledige omzet van die zendingen, tegen het reguliere btw-tarief. Dat is geen theoretisch risico; het is wat een controle narekent. Alternatief bewijs is mogelijk, maar zwakker: een getekend cognossement, een aankomstbevestiging, een CMR met stempel buiten de EU. Lever dat bewijs binnen de onderzoekstermijn, niet pas als de inspecteur op de stoep staat. De Douane en de Belastingdienst kijken naar hetzelfde feit, met twee verschillende dossiers.
Wat is het verschil tussen uitvoer en wederuitvoer?
Uitvoer betreft Uniegoederen die de EU verlaten. Wederuitvoer betreft niet-Uniegoederen die nooit in het vrije verkeer zijn gebracht en de EU weer verlaten, bijvoorbeeld vanuit een entrepot of vanaf de terminal onder T1. Bij wederuitvoer zijn er geen invoerrechten betaald, en is er geen btw-nultarief te claimen over een binnenlandse levering die er niet was. Als de goederen vanuit een entrepot in Amsterdam nog over de weg naar Rotterdam moeten, hoort er een T1 achter de wederuitvoeraangifte. Liggen ze al op de terminal van uitgang, dan volstaat de wederuitvoeraangifte. Die extra T1 is een veel vergeten schakel, en een openstaande T1 bij een wederuitvoer die inhoudelijk klaar is. Op de aangifte is het onderscheid een andere procedurecode en een andere voorgaande regeling. Wie een uitvoeraangifte indient voor entrepotgoederen, beweert dat het Uniegoederen zijn. Dat is een onjuiste aangifte. Controleer de status voordat je de soort kiest, niet daarna.
Hoe bewaak je openstaande uitvoeraangiften?
Zet elke aanvaarde uitvoeraangifte op een monitor tot het bevestigingsbericht van uitgang er is, of tot het onderzoek is afgerond met alternatief bewijs. Filter op ouderdom: ouder dan dertig dagen is een navraag bij de vervoerder, ouder dan negentig is een onderzoek. Wacht niet tot de Belastingdienst ernaar vraagt. Koppel het MRN aan de boeking, het cognossement of de AWB, zodat je kunt zien welk schip of welk toestel het vertrek had moeten bevestigen. Een MRN zonder boeking is een aangifte waarvan niemand weet of de lading is vertrokken. Een boeking zonder MRN is een lading die bij de terminal kan worden geweigerd. Leg het bevestigingsbericht bij de factuur in de btw-administratie, niet alleen in het douanedossier. De inspecteur vraagt het bij de omzet, niet bij de Douane. Een perfect gezuiverde aangifte waarvan het bericht niet in de fiscale map zit, is bij die controle geen bewijs.