Artikel 23
Ook bekend als: art. 23, verlegging invoer-btw
Artikel 23 is de Nederlandse vergunning waarmee je de btw bij invoer verlegt naar de periodieke btw-aangifte. Je betaalt die btw niet eerst aan de Douane. De vergunning komt van de Belastingdienst, niet van de Douane.
Hoe werkt de verlegging van invoer-btw onder artikel 23?
Zonder vergunning wordt de btw bij invoer geheven door de Douane, op het moment van de aangifte. Je betaalt hem, of je expediteur schiet hem voor, en je vraagt hem later terug via de btw-aangifte. Tussen betalen en terugvragen zit werkkapitaal vast, vaak weken, bij een maandangifte eerder maanden. Met een vergunning artikel 23, uit de Wet op de omzetbelasting 1968, verdwijnt die tussenstap. De Douane stelt de invoer-btw niet ter inning. Jij neemt het bedrag op in je periodieke btw-aangifte, als verschuldigde btw én, als je recht op aftrek hebt, als voorbelasting. Bij volledig recht op aftrek is het effect op de af te dragen btw nihil. Wat je wint is cash, niet een lager tarief. De heffing van invoerrechten verandert niet. Artikel 23 raakt alleen de btw. Rechten, accijns en antidumping blijven bij de Douane, en wie die laat voorschieten door zijn expediteur houdt die voorschotstroom, ook met artikel 23.
Wie kan een artikel 23-vergunning aanvragen?
De vergunning is bedoeld voor ondernemers die in Nederland btw-plichtig zijn en regelmatig invoeren. Je vraagt hem aan bij de Belastingdienst, niet bij de Douane. Een in Nederland gevestigde ondernemer vraagt voor zichzelf aan. Een niet in Nederland gevestigde ondernemer doet het via een fiscaal vertegenwoordiger, meestal in combinatie met een beperkte fiscale vertegenwoordiging. De Belastingdienst kijkt naar de btw-administratie, naar het nalevingsverleden en naar de vraag of de invoerstroom het uitstel rechtvaardigt. Een incidentele zending is geen argument. Een doorlopende invoer wel. Na toekenning krijgt de vergunning een nummer dat in de invoeraangifte moet terugkomen. Zonder dat nummer in het juiste veld blijft de Douane de btw innen. De vergunning hangt aan de onderneming en aan het btw-nummer. Na een fusie, een nieuwe rechtsvorm of een verhuizing van de fiscale eenheid moet je hem opnieuw laten aansluiten. Doorgebruiken onder een oud nummer is een klassieke reden dat een zending ineens wél btw bij invoer krijgt, terwijl de vorige honderd dat niet hadden.
Wat zet je in de invoeraangifte als je artikel 23 hebt?
In DMS geef je aan dat de btw wordt verlegd, met het vergunningnummer van artikel 23. De Douane berekent de btw dan wel, zodat het bedrag op de aangifte zichtbaar blijft, maar stelt hem niet ter inning. De rechten worden wél geïnd of op de periodieke afrekening gezet, afhankelijk van je betalingsuitstel. Het nummer moet kloppen met de aangever of, bij fiscale vertegenwoordiging, met de vertegenwoordiger die de vergunning houdt. Een nummer van de opdrachtgever op een aangifte die jij in indirecte vertegenwoordiging indient, sluit niet. DMS weigert de combinatie, of de btw valt alsnog in heffing. Dat is een stamgegevensfout, geen tarieffout. Controleer de combinatie EORI, vertegenwoordigingsvorm en vergunningnummer bij de inrichting van de opdrachtgever, niet pas bij de eerste weigering. Bij een dagelijkse stroom is de eerste weigering meteen een rij dossiers die btw hebben betaald die je niet had willen voorschieten.
Hoe komt de verlegging terug in de periodieke btw-aangifte?
Het bedrag dat de Douane heeft berekend maar niet geïnd, neem je op in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de invoer heeft plaatsgevonden. In de rubriek voor invoer-btw aan de verschuldigde kant, en, bij recht op aftrek, aan de voorbelastingkant. De twee kanten moeten op elkaar aansluiten. Een invoer die je vergeet op te nemen, is een te lage verschuldigde btw. Een invoer die je opneemt zonder de voorbelasting, is een te hoge afdracht. De bron is de invoeraangifte, met het MRN en het btw-bedrag dat daarop staat. Wie de btw-aangifte trekt uit de boekhouding van de leverancier, mist de zendingen die via een expediteur zijn ingevoerd en nog niet zijn gefactureerd, of telt ze dubbel als de expediteursfactuur later binnenkomt. Trek de rubriek uit de douanedossiers van dat tijdvak, niet uit de crediteuren. Bij een controle legt de Belastingdienst de rubriek naast de gegevens van de Douane. Dat is een mechanische toets. Een verschil van een zending of een tijdvak ernaast komt daar boven. Houd per MRN bij welk btw-bedrag in welk tijdvak is aangegeven.
Wat is het verschil met fiscale vertegenwoordiging?
Artikel 23 is de verlegging. Fiscale vertegenwoordiging is de constructie waarmee een niet in Nederland gevestigde ondernemer hier btw-verplichtingen nakomt. Ze worden vaak samen gebruikt, maar het zijn twee besluiten. Een Nederlandse verlader met eigen vestiging heeft artikel 23 nodig en geen fiscaal vertegenwoordiger. Een Chinese webshop die in Nederland invoert, heeft beide nodig. De beperkte fiscale vertegenwoordiger vraagt de artikel 23-vergunning op naam van de buitenlandse ondernemer aan, of houdt hem in zijn eigen hoedanigheid, afhankelijk van de inrichting. Hij is aansprakelijk voor de btw die via die constructie loopt. Dat is de reden dat vertegenwoordigers hun klanten screenen en een zekerheid vragen voordat ze de vergunning inzetten. Wie de twee door elkaar haalt in de aangifte, zet het vergunningnummer van de vertegenwoordiger op een dossier van een opdrachtgever die zelf artikel 23 heeft, of omgekeerd. De Douane int dan de btw, of weigert de aangifte. De stamgegevens per opdrachtgever moeten de vertegenwoordigingsvorm en het vergunningnummer als één set vasthouden.
Wat gaat er mis als de vergunning niet aansluit op de aangifte?
Het meest voorkomende falen is een geldige vergunning die niet in het dossier staat. De aangifte wordt aanvaard, de btw wordt geïnd, de expediteur schiet hem voor, en iemand merkt het aan het eind van de maand als het voorschot onverklaarbaar hoog is. Terugvragen bij de Douane kan, maar het is werk, en het werkkapitaal is al weg. Het omgekeerde komt ook voor: een vergunning die is ingetrokken of aan een oude entiteit hing, terwijl de stamgegevens hem nog dragen. Dan denkt de declarant dat de btw is verlegd, terwijl hij is geïnd, of de aangifte wordt geweigerd. Beide gevallen zijn te voorkomen met een toets van het nummer bij inrichting en bij een periodieke hercontrole, niet alleen bij de eerste zending. Artikel 23 scheelt geen belasting. Het scheelt liquiditeit. Dat effect groeit mee met de invoerwaarde. Bij een paar zendingen per jaar is het administratie. Bij een continue stroom is het geld dat anders maanden vaststaat, en dan is één vergeten nummer in de aangifte meteen zichtbaar in de cash.