Ga naar inhoud

NCTS

Ook bekend als: New Computerised Transit System

NCTS is het Europese systeem waarin je T1- en T2-aangiften indient, volgt en zuivert. In Nederland heet die keten vaak DVA, het nationale systeem voor vertrek en aankomst van douanevervoer.

Wat is NCTS en hoe verhoudt het zich tot DVA?

NCTS is het New Computerised Transit System van de EU. Daarin dien je T1- en T2-aangiften in, volg je de zending van het kantoor van vertrek tot het kantoor van bestemming, en zuiver je de regeling als de goederen zijn aangebracht. Elke lidstaat heeft een eigen aansluiting. De zending reist onder één MRN, achttien tekens met een controlekarakter. In Nederland heet die aansluiting in de praktijk DVA. Declaranten zeggen DVA vertrek als ze de aangifte openen en DVA aankomst als ze de toestemming tot lossing aanvragen. DVA is de Nederlandse naam voor dezelfde keten, niet een tweede systeem naast NCTS. Wie vanuit Rotterdam een T1 opent naar Duisburg, dient in bij DVA, en die aangifte landt in NCTS. In andere lidstaten heeft de nationale poort een andere naam. Die systemen zijn niet DVA. DVA blijft een Nederlandse term. NCTS fase 5 is de huidige gegevensset, afgestemd op het Douanewetboek van de Unie. Velden die eerder optioneel waren, zijn nu verplicht, en een vage goederenomschrijving is een standaardreden voor een controleopdracht.

Hoe loopt een zending door NCTS, van vertrek tot bestemming?

Je stuurt de aangiftegegevens naar het kantoor van vertrek. Wordt de aangifte aanvaard, dan kent NCTS een MRN toe en volgt de vrijgave voor het vervoer. Vanaf dat moment reist het MRN mee, op het begeleidingsdocument met de streepjescode of digitaal bij de vervoerder. Zonder dat nummer komt de zending een terminal of een grenskantoor niet door, ook niet als de papieren in orde lijken. Bij aankomst brengt de geadresseerde de goederen aan bij het kantoor van bestemming. Dat kantoor stuurt de aankomstmelding naar het kantoor van vertrek en daarna de losresultaten: zijn de zegels intact, klopt het aantal colli, komt de omschrijving overeen. Pas als het kantoor van vertrek die berichten heeft verwerkt, gaat de regeling dicht. Passeert de zending onderweg een buitengrens van de Unie, dan komt er een kantoor van doorgang bij. Dat kantoor meldt de passage, en je ziet dat terug in de status van de beweging. Een zending van Rotterdam naar Dublin via het Verenigd Koninkrijk loopt zo door, mits de kantoren van doorgang in de aangifte staan.

Welke berichten wissel je in NCTS uit?

In de berichtenstroom herken je de stappen als vaste codes. IE015 is de aangifte die jij naar het kantoor van vertrek stuurt. IE029 is de vrijgave, het moment waarop het MRN bestaat en de zending mag vertrekken. IE007 is de aankomstmelding van het kantoor van bestemming. IE044 zijn de losresultaten, met of zonder verschillen. IE045 is de zuivering, het bericht waarmee de regeling dichtgaat. Wie het dossier afsluit bij IE029 denkt dat het klaar is, terwijl het grootste deel van het risico dan nog openstaat. De zekerheid blijft gereserveerd tot IE045 binnen is. Twintig zendingen die vorige week zijn aangekomen maar waarvan de losresultaten ontbreken, houden ruimte bezet die je vandaag nodig hebt. De codes blijven in elke taal hetzelfde. Een declarant leest IE029, niet een vertaalde term. Bij een toegelaten geadresseerde stuur jij de aankomst en de losresultaten zelf in, binnen de termijn die in de vergunning staat. Lossen en melden zijn twee handelingen, en alleen de eerste voelt op de werkvloer urgent.

Wat doet de zekerheid en waarom raakt die vol?

Elke transitaangifte heeft een zekerheid nodig die de mogelijke douaneschuld dekt. Bij incidenteel vervoer kan dat een zekerheid per zending zijn. Wie dagelijks rijdt werkt met een doorlopende zekerheid: een bankgarantie of een verzekering met een referentiebedrag dat alle lopende bewegingen samen moet dekken. Onder voorwaarden is een verlaging of een ontheffing mogelijk, maar dan moet je administratie en betalingsgedrag dat dragen. Dat referentiebedrag is eindig. Bij elke vrijgave wordt een bedrag gereserveerd, en dat blijft gereserveerd tot de zuivering binnen is. Zit het referentiebedrag vol, dan komt de volgende aangifte er niet doorheen en staat er een vrachtwagen te wachten op iets wat drie dagen geleden opgelost had kunnen worden. De zekerheid werkt met een GRN en een toegangscode. Geef je die aan een derde, dan geef je ruimte uit je eigen referentiebedrag weg. Een doorlopende zekerheid die alleen voor de Unie is opgegeven, blokkeert bij een zending die het Verenigd Koninkrijk of Zwitserland aandoet. De geldigheid moet alle landen dekken die de zending raakt.

Wat gebeurt er als een beweging niet gezuiverd wordt?

Het kantoor van vertrek stelt bij de vrijgave een termijn vast waarbinnen de goederen bij het kantoor van bestemming moeten zijn aangebracht. Meestal is dat enkele dagen tot een week, afhankelijk van de afstand en de vervoerswijze. Blijft de aankomstmelding uit, dan start de nasporingsprocedure en krijg je het verzoek aan te tonen waar de goederen zijn gebleven. Dat bewijs mag alternatief zijn: een door de douane van bestemming afgetekend document, of de administratie van een toegelaten geadresseerde waaruit blijkt dat de zending daar is aangekomen en gelost. In de praktijk betekent het bellen met de ontvanger en zoeken in andermans systeem. Hoe langer je wacht, hoe kouder het spoor. Levert de nasporing niets op, dan geldt de regeling als niet beëindigd en ontstaat er een douaneschuld. De houder van de regeling is de schuldenaar en de zekerheid wordt aangesproken, met de invoer-btw daar bovenop. Een openstaande beweging is dus geen los administratief eindje maar een bedrag dat op je eigen garantie drukt.

Welke landen doen mee aan gemeenschappelijk douanevervoer?

Gemeenschappelijk douanevervoer breidt T1 en T2 uit tot buiten de Unie. Naast de lidstaten doen onder meer Zwitserland, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, Turkije, Servië, Noord-Macedonië, Oekraïne en het Verenigd Koninkrijk mee. Daardoor rijdt een zending met een enkele aangifte van Rotterdam naar Oslo, zonder onderweg opnieuw te worden aangegeven. Voor jou als aangever verandert er in de systematiek niets: hetzelfde MRN, dezelfde zekerheid, dezelfde zuivering in NCTS. Wat er wel bij komt, zijn de kantoren van doorgang. Passeert de zending een buitengrens, dan meldt dat kantoor de passage. Ontbreekt het kantoor in de aangifte, dan stopt de zending aan de grens. Met een vergunning toegelaten afzender open je de transit op je eigen laadadres. De goederen hoeven niet bij een douanekantoor te worden aangebracht, je zet zelf de voorgeschreven zegels, en NCTS geeft vrij binnen het venster van de vergunning. Aan de andere kant mag de toegelaten geadresseerde lossen en melden op het eigen adres, zonder tussenstop bij een kantoor.

Veelgestelde vragen over NCTS

Wat is NCTS?
NCTS is het Europese systeem waarin aangiften voor douanevervoer worden ingediend, gevolgd en gezuiverd. Het kantoor van vertrek en het kantoor van bestemming wisselen daarin berichten uit over vrijgave, aankomst en lossing. Elke lidstaat heeft een eigen aansluiting, maar de zending reist onder hetzelfde MRN.
Wat is het verschil tussen NCTS en DVA?
NCTS is het EU-systeem voor douanevervoer. DVA is de Nederlandse naam en de nationale aansluiting op diezelfde keten, met DVA vertrek voor het openen en DVA aankomst voor de toestemming tot lossing. In andere lidstaten heet de nationale poort anders en is die geen DVA.
Welke berichten horen bij NCTS?
IE015 is de aangifte, IE029 de vrijgave met MRN, IE007 de aankomstmelding, IE044 de losresultaten en IE045 de zuivering. Wie het dossier bij IE029 afsluit, laat de zekerheid gereserveerd staan tot de zuivering binnen is.
Hoe zuiver je een transitaangifte in NCTS?
Het kantoor van bestemming meldt de aankomst en de losresultaten terug aan het kantoor van vertrek, waarna de regeling dichtgaat. Pas dan komt de gereserveerde zekerheid vrij. Tot dat moment blijft de houder van de regeling aansprakelijk voor de mogelijke douaneschuld.
Wat is NCTS fase 5?
NCTS fase 5 is de huidige gegevensset, afgestemd op het Douanewetboek van de Unie. Velden die in eerdere fasen optioneel waren, zijn nu verplicht, en de berichtenstructuur is strakker. Een vage goederenomschrijving of een ontbrekend kantoor van doorgang wordt daardoor eerder geweigerd.
Welke landen zitten in NCTS?
Alle EU-lidstaten, plus de landen van het gemeenschappelijk douanevervoer, onder meer Zwitserland, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, Turkije, Servië, Noord-Macedonië, Oekraïne en het Verenigd Koninkrijk. Een zending kan daardoor met één MRN van Rotterdam naar Oslo reizen.