T1
Ook bekend als: T1-document, extern communautair douanevervoer
Een T1 is de aangifte voor douanevervoer van goederen die nog niet zijn ingeklaard, waarmee ze onder schorsing van rechten door de EU mogen reizen. De aangifte loopt via NCTS en vraagt een zekerheidstelling voor de mogelijke douaneschuld.
Wanneer heb je een T1 nodig?
Een T1 gebruik je als niet-Uniegoederen binnen de EU vervoerd moeten worden voordat de rechten zijn betaald. Denk aan een container die in Rotterdam binnenkomt en in Duitsland wordt ingeklaard, of aan goederen die vanuit een entrepot naar een andere lidstaat gaan. Zolang de goederen op T1 staan, zijn er geen invoerrechten en geen btw betaald. De term is zowel een status (onder schorsing) als een document (de transitaangifte waarmee die status reist). Zonder T1 zouden de goederen op de plaats van binnenkomst moeten worden ingeklaard. De regeling maakt het mogelijk dat later en elders te doen. Dat is de reden dat havens, inland terminals en entrepots de T1 als standaard schakel in de keten gebruiken: de container mag de terminal af, zonder dat de IMA al klaar is. Een T1 is ook nodig als goederen vanuit tijdelijke opslag naar een entrepot of een andere lidstaat gaan, of als een zending na wederuitvoer nog een stuk over de weg moet. Het document kan worden gesloten terwijl de goederen hun T1-status houden, bijvoorbeeld na plaatsing in een douane-entrepot.
Hoe werkt een T1 in NCTS?
De aangever dient de aangifte in bij het kantoor van vertrek. In Nederland loopt dat via DVA, het Nederlandse systeem voor NCTS, met een vertrekdeel en een aankomstdeel. Na aanvaarding krijgt de zending een MRN en wordt het begeleidingsdocument afgedrukt of digitaal meegegeven. Zonder dat MRN komt de container de terminal niet af, ook niet als de rest van het dossier in orde is. Bij aankomst meldt de geadresseerde de goederen aan bij het kantoor van bestemming. Het kantoor van bestemming meldt de aankomst terug aan het kantoor van vertrek. Pas na die terugmelding is de regeling gezuiverd en komt de zekerheid weer vrij. Tot die tijd staat het bedrag gereserveerd op de doorlopende zekerheid. Met een vergunning toegelaten geadresseerde mag de aankomst op de eigen locatie worden gemeld, zonder de goederen bij een douanekantoor aan te brengen. Dat is voor volume het verschil tussen een extra rit en een melding in het systeem. De zuivering blijft dezelfde: zonder terugmelding blijft de T1 openstaan.
Wat gebeurt er als een T1 niet gezuiverd wordt?
Blijft de terugmelding uit, dan start de Douane een nasporingsprocedure. De aangever moet dan aantonen waar de goederen zijn gebleven, bijvoorbeeld met een alternatief bewijs van aanbrenging: een IMA, een STO, een aankomstbevestiging van het kantoor van bestemming in een andere lidstaat. Lukt dat niet, dan ontstaat een douaneschuld en wordt de zekerheid aangesproken. Bij hoge waarden loopt dat snel in de tienduizenden euro's, wat de reden is dat openstaande T1's dagelijks bewaakt horen te worden. Wekelijks kijken is te laat: de termijn van het kantoor van vertrek is meestal enkele dagen tot een week. Overschrijding van de termijn leidt tot een onderzoek, ook als de goederen later alsnog aankomen. Een te late zuivering is dus niet hetzelfde als geen zuivering, maar het levert wel werk op en het houdt zekerheidsruimte bezet. Bewaak de vervaldatum, niet alleen de vraag of de T1 ooit dichtgaat.
Wie mag een T1 openen en welke zekerheid is nodig?
De houder van de regeling opent de T1 en is degene die verantwoordelijk is voor de zuivering. Dat kan de expediteur, de vervoerder of de ontvanger zijn, zolang die partij een zekerheid heeft gesteld die de mogelijke douaneschuld dekt. Zonder zekerheid wordt de aangifte in NCTS niet aanvaard. De zekerheid is meestal een doorlopende zekerheid: een bankgarantie of een verzekering die een maximumbedrag dekt voor alle lopende zendingen samen. Dat bedrag wordt berekend op basis van het gemiddelde openstaande risico over een periode. Loopt het aantal openstaande T1's op, dan raakt de zekerheid vol en worden nieuwe aangiften geweigerd. Dat is de praktische reden om zuivering dagelijks te bewaken en niet wekelijks. Met een vergunning toegelaten afzender mag de houder de zending zelf vrijgeven zonder hem bij een douanekantoor aan te brengen. Dat scheelt een rit en een wachttijd, en is voor bedrijven met dagelijks volume het verschil tussen wel en niet rendabel. De vergunning hangt aan het EORI-nummer van de houder, niet aan de chauffeur.
Wat komt er in de praktijk op een T1 terecht?
De aangifte bevat het kantoor van vertrek en van bestemming, de houder van de regeling, de vervoerder, het kenteken of de containernummers, de goederenomschrijving met de goederencode, het gewicht en de waarde, en de zekerheidsreferentie. Ontbreekt een van die elementen, dan komt de aangifte terug voordat er een MRN is. De goederencode hoeft bij douanevervoer maar zes cijfers te zijn, omdat er geen tarief wordt vastgesteld. Wel moet de omschrijving zo specifiek zijn dat de goederen bij een controle herkenbaar zijn. Omschrijvingen als goederen of onderdelen zijn een standaardreden voor een controleopdracht. Een container met twintig artikelregels mag op de T1 worden samengevat, zolang de Douane de lading eraan herkent. De route hoeft niet vast te liggen, tenzij de Douane een bindende route voorschrijft. Dat gebeurt bij goederen met een hoog frauderisico, zoals sigaretten en alcohol. In die gevallen is een afwijking van de route zelf al een aanleiding voor nasporing, ook als de goederen later netjes aankomen.
Hoe bewaak je openstaande T1's?
Elke werkdag een lijst van openstaande MRN's, met vervaldatum, kantoor van bestemming en resterende zekerheid. Een T1 die morgen verloopt, hoort vandaag een aankomstmelding of een navraag te hebben, niet pas als de Douane de nasporing start. Bij volume is dat geen Excel die iemand aan het eind van de week bijwerkt. Koppel de T1 aan de vervolgaangifte. Een IMA of STO die is aanvaard, zuivert de T1 in beginsel automatisch. Blijft de T1 open terwijl de IMA er is, dan is de koppeling tussen de twee MRN's niet gelegd. Dat is een van de meest voorkomende oorzaken van een openstaande T1 bij een dossier dat inhoudelijk klaar is. Bewaak ook de zekerheidsruimte. Een garantie van een vast bedrag dekt een vast aantal openstaande zendingen. Komt er een piek, dan weigert NCTS nieuwe T1's zonder dat de operatie dat aan de poort merkt. De container staat dan klaar, de aangifte komt niet door, en de oorzaak zit in tien T1's van vorige week die nooit zijn gezuiverd.
Hoe hangt een T1 in de aangifteketen?
Een T1 is zelden het begin of het eind. Bij binnenkomst in een Nederlandse zeehaven volgt hij op de summiere aangifte of de tijdelijke opslag van de rederij, en gaat hij vooraf aan de IMA, de STO of de wederuitvoer. Elke schakel verwijst naar de vorige. Een gat in die keten levert vragen van de Douane op, en bij een ontbrekend stuk een douaneschuld. Op de terminal is het MRN van de T1 het nummer dat via Portbase aan het containernummer wordt gekoppeld. Zonder die koppeling geeft de terminal de container niet vrij. De T1 kan inhoudelijk aanvaard zijn, en de container blijft staan tot iemand het MRN doorgeeft. Dat is geen douanefout, het is een ketenfout. Bij uitslag uit een entrepot naar een andere lidstaat opent de T1 opnieuw, met de entrepotvergunning als voorafgaande regeling. De keten blijft dan T1, entrepot, T1, IMA in het andere land. Wie alleen naar zijn eigen aangifte kijkt, ziet niet of de vorige schakel is gezuiverd. Bewaak de keten, niet de losse T1.