Ga naar inhoud

Plantenpaspoort

Ook bekend als: plant passport

Een plantenpaspoort is het EU-document voor verplaatsing van bepaalde planten en plantaardig materiaal binnen de Unie. Het vervangt het fytosanitair certificaat niet bij invoer uit een derde land.

Wanneer moet een zending een plantenpaspoort dragen?

De plantengezondheidsverordening verplicht een plantenpaspoort voor het verplaatsen van bepaalde planten, plantproducten en andere objecten binnen de Unie, en naar Zwitserland en een aantal andere nauw aangesloten gebieden. Het gaat om materiaal dat een fytosanitair risico draagt: plantmateriaal, bepaalde zaden, hout van gevoelige soorten, en een reeks planten die bestemd zijn om te worden uitgeplant. Niet elke doos groente heeft een paspoort nodig. Consumptieaardappelen, bepaald fruit en een reeks eindproducten vallen er buiten, of vallen er juist wél onder, afhankelijk van de soort en de bestemming. De lijst staat in de Uniewetgeving en in de Nederlandse uitwerking van de NVWA. Wie hem uit het hoofd doet, mist een soort die vorig jaar is toegevoegd. Het paspoort reist met de eenheid: de partij, de bundel, de tray. Het is geen zendingsspecifiek keuringsdocument aan de buitengrens, het is een etiket of een begeleidend document in de interne handel, afgegeven door een daartoe gemachtigde marktdeelnemer.

Wie mag een plantenpaspoort afgeven?

Een marktdeelnemer die door de bevoegde autoriteit is gemachtigd, in Nederland de NVWA. Die machtiging hangt aan registratie, aan kennis van de quarantaineorganismen, aan een administratie van herkomst en afzet, en aan het vermogen om een uitbraak te traceren. Een willekeurige exporteur of een expediteur mag het paspoort niet zelf verzinnen. Het paspoort draagt een unieke code, de botanische naam, de traceerbaarheidscode, de landcode van herkomst of van de lidstaat van afgifte, en waar nodig de aanduiding van een beschermd gebied. Zonder die elementen is het geen paspoort, ook al staat het woord erop. De houder van de machtiging blijft verantwoordelijk voor wat hij afgeeft. Een paspoort op een partij die hij niet heeft gezien, of waarvan de herkomst niet in zijn administratie zit, is een inbreuk. De expediteur die zo'n stuk meeneemt in een dossier, neemt geen keuringsplicht over, maar hij neemt wel een document mee dat bij een controle ongeldig blijkt.

Hoe verschilt het plantenpaspoort van het fytosanitair certificaat?

Het fytosanitair certificaat is het invoerstuk uit een derde land, afgegeven door een NPPO, en het is de basis onder de CHED-PP. Het plantenpaspoort is het interne stuk, afgegeven door een gemachtigde marktdeelnemer, en het speelt nadat de goederen Uniegoederen zijn, of voor goederen die de Unie nooit hebben verlaten. Bij invoer uit een derde land heb je het certificaat nodig, de CHED-PP en de keuring. Na vrijgave kan dezelfde partij verder de Unie in, en vanaf dat moment kan het plantenpaspoort de interne keten overnemen als de soort daaronder valt. Het certificaat is dan het invoerbewijs. Het paspoort is het interne reisbewijs. Een zending die de Unie heeft verlaten en terugkomt, is opnieuw invoer. Een oud plantenpaspoort dekt die terugkomst niet. Er is opnieuw een fytosanitair certificaat nodig, en opnieuw een CHED-PP. Wie een terugkerende partij op het oude paspoort probeert binnen te zetten, biedt de inspectie het verkeerde stuk aan.

Wat betekent het paspoort voor de douaneaangifte?

Voor een intra-EU verplaatsing is er geen invoeraangifte, en het plantenpaspoort is dan geen douanebescheid. Het is een plantenhealth-document dat bij een controle van de NVWA of het KCB moet kunnen worden getoond, naast de handelsdocumenten. Bij invoer uit een derde land is het plantenpaspoort niet het stuk waarop de CHED-PP rust. Dat is het fytosanitair certificaat. Zet geen paspoortnummer in het certificaatveld van TRACES-NT. De inspecteur zoekt een NPPO-nummer, krijgt een interne EU-code, en de overeenstemmingscontrole valt. Waar het paspoort wél in een douanedossier opduikt, is bij wederuitvoer of bij een zending die na invoer intern wordt doorgeleverd en later weer de Unie uit gaat. Houd dan beide nummers bij: het fytonummer van de invoer en het paspoortnummer van de interne partij. Ze verwijzen naar twee momenten in de keten, niet naar hetzelfde stuk.

Wat moet je traceren als het paspoort in een dossier zit?

Herkomst, afzet, botanische identiteit en de koppeling naar de eenheid die fysiek is verplaatst. Bij een uitbraak of een melding moet de NVWA in uren, niet in weken, kunnen zien waar de partij vandaan kwam en waarheen ze is gegaan. Een paspoort zonder die administratie is een etiket zonder keten. Voor een aangever of een expediteur die de zending alleen vervoert, is de taak kleiner: het paspoort niet kwijtraken, het niet verwisselen tussen partijen, en het niet als fyto gebruiken. Voor een marktdeelnemer die het paspoort zelf afgeeft, is de taak de hele administratie, inclusief de meldplicht bij een vermoeden van een quarantaineorganisme. Bewaar het beeld van het paspoort bij de partij. Een nummer in een WMS zonder foto of scan van wat er fysiek op de kist stond, is later niet te toetsen. De inspectie toets het etiket, niet je regel.

Wat gaat er mis als paspoort en fyto in één map worden gegooid?

Het dossier krijgt één documenttype 'phyto' voor twee stukken met twee uitgevende instanties, twee nummersystemen en twee momenten in de keten. Bij de CHED-PP wordt dan het paspoortnummer ingevuld, of bij een intra-EU zending wordt een CHED aangevraagd die niet nodig is. Beide fouten kosten een keuringsmoment of een nutteloze aanmelding. Splits de map. Fytosanitair certificaat bij invoer uit een derde land, gekoppeld aan de CHED-PP en aan CLIENT PD. Plantenpaspoort bij interne verplaatsing, gekoppeld aan de partij en aan de machtiging van de afgever. Dezelfde botanische naam mag in beide staan. Het nummer mag dat niet. Leer de planner het verschil in één zin. Fyto is de grens. Paspoort is intern. Wie die zin kan herhalen, belt de juiste dienst, met het juiste nummer, op het juiste moment. Een map die beide stukken onder één label houdt, blijft die zin onmogelijk maken.

Veelgestelde vragen over Plantenpaspoort

Vervangt een plantenpaspoort het fytosanitair certificaat bij invoer?
Nee. Bij invoer uit een derde land heb je een fytosanitair certificaat nodig, plus de CHED-PP. Het plantenpaspoort is het document voor verplaatsing binnen de Unie, nadat de goederen Uniegoederen zijn of altijd al waren.
Wie mag in Nederland een plantenpaspoort afgeven?
Een marktdeelnemer die daarvoor door de NVWA is gemachtigd. Een expediteur of een willekeurige exporteur mag het paspoort niet zelf aanmaken. De machtiging hangt aan registratie, kennis en een sluitende herkomstadministratie.
Hebben alle groente en fruit een plantenpaspoort nodig?
Nee. De verplichting hangt aan de soort, de bestemming en de Unielijst, niet aan de sector. Bepaald plantmateriaal en bepaalde zaden wel, veel consumptieproducten niet. Toets de soort, niet de aanname.
Moet een plantenpaspoort in TRACES-NT?
Nee. TRACES-NT is het loket voor de CHED bij binnenkomst uit een derde land. Het plantenpaspoort is een intern EU-document en hoort niet als certificaatnummer op een CHED-PP.
Geldt het plantenpaspoort ook voor Zwitserland?
Voor veel plantmateriaal sluit Zwitserland aan op het EU-regime, en reist het paspoort mee. Dat maakt Zwitserland nog geen lidstaat. Douanetechnisch blijft het een derde land. Toets beide kanten: plantenhealth én douane.
Wat als het plantenpaspoort op de kist ontbreekt?
Dan mag die eenheid niet worden verplaatst zolang de soort paspoortplichtig is. Een ontbrekend paspoort is geen administratieve omissie die je later bijplakt. Het is een verplaatsing zonder het voorgeschreven document.