UN-nummer
Ook bekend als: UN number
Een UN-nummer is de viercijferige code die een gevaarlijke stof of een groep stoffen in het vervoer identificeert, bijvoorbeeld UN 1203 voor benzine. Samen met klasse en verpakkingsgroep bepaalt het hoe de zending wordt verpakt, geëtiketteerd en gedocumenteerd.
Hoe wordt een UN-nummer toegekend, en wat dekt het?
De VN-subcommissie voor het vervoer van gevaarlijke goederen wijst de nummers toe. Ze zijn wereldwijd hetzelfde, of de zending nu onder ADR, IMDG, IATA-DGR, RID of ADN loopt. UN 1203 is benzine op de weg in Rotterdam en in een vliegtuigcontainer in Shanghai. De vier cijfers identificeren de stof of de groep, niet de handelsnaam en niet de goederencode. Eén stof kan onder omstandigheden een ander nummer krijgen, bijvoorbeeld als ze is verpakt in een apparaat, is verdund, of als n.o.s.-post (not otherwise specified) onder een groepsnummer valt. Mengsels landen vaak op een n.o.s.-nummer met een technische naam tussen haakjes. Wie het nummer van de hoofdbestanddeel plakt op een mengsel, classificeert verkeerd. Het nummer staat in rubriek 14 van het veiligheidsinformatieblad, op het etiket, op het vervoersdocument en op de colli. Het staat niet in de invoeraangifte. Wie het in DMS zoekt, zoekt een veld dat er niet is. Wie het niet in het dossier heeft, heeft bij een controle niets om de vervoerskant mee te onderbouwen.
Hoe hangen UN-nummer, klasse en verpakkingsgroep aan elkaar?
Het UN-nummer is de sleutel. Daaruit volgen de klasse (1 tot 9, met onderklassen), de verpakkingsgroep (I groot gevaar, II middel, III gering), de etiketten, de verpakkingsinstructies en de hoeveelheidsgrenzen. Je kiest ze niet à la carte. Een UN-nummer met klasse 3 verpakkingsgroep II is een andere post dan hetzelfde nummer met een andere groep, als die al bestaat. De officiële vervoersnaam hoort bij het nummer, in de taal van het document, met hoofdletters waar het regime dat eist. Een handelsnaam als 'ontvetter' of 'cleaner' is geen vervoersnaam. Op het ADR-document staat de officiële naam, plus waar nodig de technische naam. Op de factuur mag de handelsnaam staan. In het dossier moeten ze naar dezelfde stof wijzen. Tunnelcodes, limited quantity-grenzen en scheidingsregels volgen ook uit deze set. Ze veranderen als de stof in een andere modaliteit gaat, maar ze veranderen niet omdat de declarant een andere goederencode heeft gekozen. De vervoersclassificatie is leidend voor de weg, de goederencode voor de Douane. Allebei moeten ze bij dezelfde artikelkaart horen.
Waar gaat de koppeling met de goederencode mis?
De goederencode deelt in voor tarief en maatregelen. Het UN-nummer deelt in voor vervoer. Ze komen uit verschillende boeken. Een stof kan tariefpost 2903 zijn en UN 1018, of een mengsel kan onder een restpost vallen en toch een scherp UN-nummer dragen. Er is geen één-op-één tabel die je blind mag volgen. Het misgaat als iemand de code kiest op de handelsnaam en het UN-nummer uit een oud VIB laat staan, of omgekeerd. Dan zegt de aangifte iets anders dan het vervoersdocument, en bij een controle is die tegenspraak het eerste dat opvalt. Daarna komt de indeling zelf ter discussie, ook als het tarief toevallig klopte. Toets beide kanten bij nieuwe artikelen. VIB rubriek 14 tegen het UN-nummer in de artikelkaart, VIB rubriek 3 tegen de tariefpost, TARIC-maatregelen tegen de documenten in het dossier. Een afwijking is een stop, geen 'later even nakijken', omdat de trailer en de aangifte anders allebei de deur uit gaan met een andere identiteit.
Wat als het UN-nummer op het VIB niet gelijk is aan dat op de vrachtbrief?
Dan is een van de twee, of allebei, fout, of er zijn twee stoffen in één zending die niet als één post mogen worden gedocumenteerd. De chauffeur mag niet rijden op een document dat de stof niet beschrijft. De Douane heeft op dat moment nog geen probleem, tot de controleur de stukken naast elkaar legt. De bron is het actuele VIB van deze leverancier, deze versie. Een vrachtbrief die is opgemaakt op een blad van drie jaar geleden, terwijl rubriek 14 sindsdien is gewijzigd, is verouderd. Een VIB dat een n.o.s.-nummer draagt terwijl de vrachtbrief een stofspecifiek nummer noemt, is een classificatieconflict, geen tikfout. Los het op voordat de zending beweegt. Een correctie achteraf op de kade is een heretikettering, een nieuw document, een chauffeur die wacht, en een terminal die de poort dicht houdt. Een correctie in de artikelkaart voorkomt de volgende twintig keren.
Hoe behandel je n.o.s.-nummers en mengsels in het dossier?
N.o.s., not otherwise specified, is een groepsnummer voor stoffen die geen eigen UN-nummer hebben. Op het vervoersdocument hoort dan de officiële n.o.s.-naam plus de technische naam van de gevaarlijke bestanddelen tussen haakjes. Zonder die technische naam is het document onvolledig, ook al is het UN-nummer 'juist'. Mengsels vragen een classificatie van het mengsel, niet van het hoofdbestanddeel. Het VIB van het mengsel, rubriek 2 en 14, is de bron. Het VIB van een grondstof is dat niet. Wie een mengsel documenteert als UN-nummer van de ethanol erin, classificeert een product dat andere gevaren kan hebben, of juist mindere. In de artikelkaart is een n.o.s.-post een eigen artikel, met eigen VIB, eigen technische naam en eigen goederencode. Samenvoegen met een stofspecifiek artikel omdat 'het allebei oplosmiddel is', is hoe de verkeerde officiële naam op het document komt.
Welke UN-gegevens moet een artikelkaart minimaal dragen?
Het nummer zelf, de officiële vervoersnaam, de klasse en onderklasse, de verpakkingsgroep als die van toepassing is, de etiketten inclusief nevengevaar, of LQ of excepted quantity is toegestaan, en de verwijzing naar het VIB waarvan deze set is afgeleid, met versie en datum. Zonder die versie weet je bij een conflict niet of de kaart of het blad achterloopt. Voeg de modaliteit toe als de stof niet overal mag: verboden in passagiersvliegtuigen, beperkt in tunnels, verboden in bulk op de binnenwateren. Dat zijn geen douanevelden, maar het zijn velden die een zending na de vrijgave stilzetten. De kaart voedt het ADR-document, de etiketcontrole en de vraag of deze stof naast die andere stof in dezelfde container mag. De goederencode voedt de aangifte. Twee uitgangen, één stof. Als de kaart die twee uitgangen niet kan voeden, is de kaart te dun voor chemie.