STO
Ook bekend als: opslagaangifte, plaatsingsaangifte
Een STO is de aangifte tot plaatsing in een douane-entrepot. De goederen blijven niet-Uniegoederen, de rechten en de btw blijven geschorst, en de voorraadadministratie moet vanaf dat moment aansluiten op wat je hebt aangegeven.
Wanneer dien je een STO in in plaats van een IMA?
Een IMA brengt goederen in het vrije verkeer: de rechten en de btw worden vastgesteld en de goederen worden Uniegoederen. Een STO doet dat niet. De STO plaatst de goederen in een vergund douane-entrepot, onder schorsing. Je betaalt pas bij uitslag naar het vrije verkeer, of nooit als de partij als wederuitvoer vertrekt. Die keuze maak je als de bestemming bij binnenkomst nog niet vastligt, of als je voorraad wilt aanhouden zonder de heffing al te betalen. Een distributiecentrum dat vanuit één voorraad zowel binnen als buiten de Unie levert, plaatst de binnenkomst in entrepot. De stoelen die naar een klant in de Unie gaan, worden later uitgeslagen met een invoeraangifte. De stoelen die naar het Verenigd Koninkrijk gaan, gaan als wederuitvoer. Technisch is de STO dezelfde soort invoeraangifte als een IMA, met een ander gegevenselement: plaatsing in het entrepot in plaats van vrijgave tot verbruik. In DMS dien je hem in via dezelfde koppeling. Het verschil zit in de regelingcode, de vergunning van het entrepot en het feit dat er geen heffing wordt uitgenodigd.
Wat gebeurt er met de goederen na plaatsing?
Na aanvaarding van de STO blijven de goederen niet-Uniegoederen onder douanetoezicht. Ze mogen het entrepot niet verlaten zonder een vervolgaangifte. Toegestaan zijn de gebruikelijke behandelingen: ompakken, sorteren, etiketteren, monsters nemen en behandelingen die de goederen in stand houden. Echt bewerken of assembleren mag niet, daarvoor bestaat actieve veredeling. De T1 of de summiere aangifte waarmee de goederen zijn aangebracht, wordt gezuiverd door de STO. Dat is dezelfde ketenlogica als bij een IMA: de voorgaande aangifte verwijst naar de volgende, en een gat levert vragen van de Douane op. Zonder gezuiverde T1 blijft de zekerheid van het douanevervoer bezet, ook al liggen de goederen al in het rek. In beginsel mogen de goederen onbeperkt in het entrepot liggen. De Douane kan in bijzondere gevallen een termijn stellen, maar de regeling kent geen standaard maximumduur. Wat wél een termijn heeft, is de aansluiting van de administratie: elke beweging moet herleidbaar zijn tot een aangifte, op elk moment.
Hoe sluit de STO aan op de entrepotadministratie?
Elke STO is een inslag. In de voorraadadministratie van het entrepot moet die inslag terug te vinden zijn met dezelfde goederencode, hetzelfde gewicht en dezelfde aantallen als op de aangifte. Elke latere uitslag (naar het vrije verkeer, naar wederuitvoer, of onder T1 naar een andere lidstaat) moet naar die inslag verwijzen. Bij een vergunningcontrole legt de Douane de administratie naast de fysieke voorraad. Voorraadmutaties die alleen in het WMS staan en niet in de douaneadministratie, of andersom, zijn een bevinding. Een verschil dat niet verklaard kan worden, leidt tot een douaneschuld over de ontbrekende goederen. De houder van de entrepotvergunning is daarvoor aansprakelijk. Daarom is een sluitende koppeling tussen magazijn en douane een vergunningvoorwaarde, geen nette extra. Een handmatige maandelijkse afstemming haalt die eis zelden. Wie de STO indient zonder de inslag in het WMS vast te leggen, bouwt vanaf dag één een verschil op dat pas bij de volgende inventarisatie zichtbaar wordt.
Hoe haal je goederen later weer uit het entrepot?
Er zijn drie uitgangen. Naar het vrije verkeer: een invoeraangifte (IMA) die verwijst naar de STO, waarbij de rechten en de btw worden vastgesteld over de uitgeslagen partij. Naar een derde land: een wederuitvoeraangifte, zonder heffing, waarbij de partij van de voorraad afgaat. Naar een andere lidstaat onder schorsing: een T1 die de goederen als niet-Uniegoederen verder laat reizen. De uitgang moet aansluiten op de inslag. Dezelfde code, hetzelfde gewicht, dezelfde aantallen, of een verklaarde splitsing als je een deel van de partij uitslaat. Een uitslag van tachtig stoelen uit een inslag van honderd is in orde als de administratie de resterende twintig laat zien. Een uitslag van honderdtien is dat niet. De volgorde in de keten is vast. Eerst de STO, dan de uitslag. Een IMA of een wederuitvoer die niet naar een openstaande inslag verwijst, wordt geweigerd of levert achteraf een gat op. Bewaak openstaande inslagen net zo strak als openstaande T1's: het is dezelfde aansprakelijkheid, alleen ligt de voorraad stil in plaats van onderweg.
Wat vraagt DMS van een STO die een IMA niet vraagt?
DMS wil de entrepotvergunning zien, op het EORI-nummer van de vergunninghouder, met de locatie waar de goederen worden geplaatst. Sluit dat nummer niet aan op de vergunning, dan weigert DMS de aangifte. De goederencode is dezelfde tiencijferige TARIC-code als bij een IMA, omdat de Douane moet kunnen toetsen welke maatregelen erop rusten, ook al wordt er nu niet geheven. De douanewaarde moet er ook op. Die waarde is de grondslag voor de zekerheid van het entrepot en voor de heffing bij een latere uitslag naar het vrije verkeer. Een te lage waarde op de STO schuift het probleem alleen door: bij uitslag of bij een controle achteraf komt de correctie alsnog, met rente. Documentcodes en verboden-en-beperkingen gelden bij plaatsing net zo goed. Een certificaat dat bij invoer verplicht is, kan bij plaatsing in entrepot ook verplicht zijn, afhankelijk van de maatregel. Ontbreekt het, dan komt de STO terug met een weigering, niet met een waarschuwing zoals vroeger in AGS.
Wat gaat er mis bij een STO die niet aansluit op de voorraad?
Het eerste wat misgaat is de zuivering van de voorgaande T1. Ligt de container al in het magazijn terwijl de STO is geweigerd, dan loopt de transitzekerheid door en start op termijn de nasporing. De goederen zijn er fysiek, maar administratief zijn ze nog onderweg. Dat is een standaardoorzaak van openstaande T1's bij entrepotzendingen. Het tweede is een inslag die nooit in het WMS is beland. De Douane ziet een STO, het magazijn ziet de goederen, en de douaneadministratie van het entrepot heeft een gat. Bij de volgende inventarisatie of bij een controle is dat gat een bevinding. Herstellen achteraf kan, maar je moet dan aantonen dat de fysieke voorraad de hele periode heeft geklopt. Het derde is een uitslag naar de verkeerde regeling. Een partij die als wederuitvoer het terrein afgaat maar als IMA is aangegeven, heeft rechten betaald die niet verschuldigd waren, of omgekeerd rechten laten liggen. De keten herstelt zich niet vanzelf. Elke uitslag hoort de inslag, de opdracht en de werkelijke bestemming te volgen.